Diamanten echtpaar Jan en Irene van Leeuwen-Ferron.
Diamanten echtpaar Jan en Irene van Leeuwen-Ferron. Foto: Marlien van Leeuwen

‘Van lieverlee is het wat geworden’

Interview

REEUWIJK-DORP - “Mijn vader had een berg kinderen, maar geen geld. Wij zijn met niks begonnen.” Een typerende uitspraak voor de generatie van Irene Ferron (83) en Jan van Leeuwen (89).

door Marlien van Leeuwen

Die financieel magere start is helemaal goed gekomen. Samen hebben ze daar hard voor gewerkt. En nu, 60 jaar later, vieren ze die geoliede samenwerking met hun kinderen en aanhang, hun kleinkinderen (ja, zelfs die uit Mexico was erbij!), de buurtjes en familieleden. Het werd een gezellige zondagmiddag bij Happz in Reeuwijk-Dorp.

Hun vorige jubilea werden uitbundig in de grote zaal van Amicitia op Reeuwijk-Dorp gevierd. Met een volle dansvloer. Van die grote groep zijn er heel wat van wie ze afscheid hebben moeten nemen. Maar de herinneringen eraan roepen hilarische verhalen op in de woonkamer van hun huis aan het
Kwekerspad.

Wereldreis

Vrijwel op diezelfde plek zag Jan van Leeuwen 89 jaar terug het levenslicht, als jongste jongen uit een gezin van acht kinderen. Jan ging in de bouw werken en kwam erachter dat granietwerkers veel konden verdienen. Hij oefende dat beroep uit op verschillende plekken in Nederland en later ook in Duitsland. 

Samen met zijn Duitse vriend Claus heeft Jan een wereldreis gemaakt. Op hun brommer zijn ze tot het Afrikaanse Mauritanië gekomen, navigerend met zo’n enorme papieren landkaart. 

Jan is een enorm gedreven man. De vele anekdotes uit zijn leven (met historische waarde!) zijn inmiddels in een tijdschrift gebundeld.

Jongste meisje

Irene groeide ook op in een gezin van acht kinderen. Vanaf haar 5e woonde het gezin in Utrecht. Dochters hielpen hun moeder bij de taken van een groot gezin. Irene: “Tot je 14e was je leerplichtig, daarna kwam mijn oudste zus mijn moeder helpen. En dat schoof zo door. Ik was de jongste en bleef daarom het langst thuis meehelpen. Tot de kruideniersvrouw van het winkeltje verderop naar het ziekenhuis moest en de kruidenier mijn moeder vroeg of ik hem die zes weken kon helpen. Zo ben ik in de levensmiddelenbranche terechtgekomen en tot mijn trouwen gebleven. Het noodwinkeltje waarmee mijn baas op Kanaleneiland begon, werd een grote supermarkt. Kanaleneiland was toen nog maar amper bebouwd.”

Meewerken

Na zijn wereldreis is Jan zijn broers gaan bezoeken. Telkens werkte hij met hen mee op hun bedrijf. Eerst bij zijn broer Antoon in Scandinavië en later bij zijn broer Piet in Zeist. Ze waren net als hun vader kweker gebleven. Bomen, vaste planten en bloemen, alles voor de particulieren verkoop. Jan heeft jaren met zijn broer in Zeist gewerkt; eerst in loondienst (47 gulden per week), later werd het een samenwerkingsverband.

Dansles

Onderwijl ging Jan op zaterdagavond dansen in Utrecht. Vanuit Zeist ging hij er met zijn bestelbus naar toe. Dat was wat in die tijd! Het gros ging met de fiets of zoals Irene met haar twee vriendinnen lopend. Jans oog viel direct op Irene Ferron. Wederzijds was dat absoluut niet. De troef van Jan - de dames met de auto naar huis brengen - werkte in ieder geval bij de vriendinnen van Irene. Dat scheelde hen driekwartier naar huis lopen!

Na een aantal van die dansavonden liet Irene zich overhalen om een keer met Jan af te spreken. Irene: “Voor de zekerheid had ik een paraplu meegenomen. Als hij dan wat zou willen, kon ik hem van mij afslaan.” Hierop moet Jan enorm lachen: “Alsof ik bang was voor een paraplu.” Van lieverlee is het wat geworden.

Woningnood

Op 10 juni 1964 zijn ze getrouwd; zoals gebruikelijk in de woonplaats van de bruid. Het echtpaar ging inwonen bij Tiny, de zus van Irene. Een mooie oplossing voor dat moment. Na een jaar is het jonge echtpaar naar Zeist vertrokken. Daar richtten ze het achterste deel van de dubbele garage van het bedrijf in als woonruimte: ze hadden een klein tafeltje, een luikje voor wat frisse lucht en een opklapbed met een elektrische deken voor de winterkou. Het was behelpen, maar ze hadden onderdak. Er werd geproost toen de oude weduwe overleed en haar oude woning met een ouderwetse bedstede erin te koop kwam. In de wintermaanden, wanneer het rustig was in het bedrijf, heeft Jan het helemaal opgeknapt. 

Van kwekerij naar natuurgebied

Hun oudste zoon Marcel werd in Zeist geboren. Een rustig ventje, dat Irene in de kinderstoel kon zetten als zij meehielp op de kwekerij. Marcel vond dat best, met zijn autootje en zijn moeder in de buurt. Hun dochter Mariska had meer uitdaging nodig. Gelukkig voor haar waren er toen al peuterspeelzalen waar ze haar hart kon ophalen. 

Rond 1973 is het gezin naar Reeuwijk verhuisd, het moment waarop Jan langzaamaan begonnen is als kweker aan het Kwekerspad. Niet alleen dat, ook begon hij met het opkopen en opknappen van eilandjes met slootwater in dat gebied.

Meehelpen

Uiteindelijk heeft Jan daar een prachtig natuurgebied gerealiseerd: De Lansing, met geweldig viswater, waar off-grid gerecreëerd kan worden. Maar zonder Irenes onvoorwaardelijke steun had het vast anders gelopen. Met raad en heel veel daad heeft ze haar man, kinderen en kleinkinderen altijd bijgestaan. En nog. Wie haar hulp ook nodig heeft, ze is er!

‘Ik had een paraplu, dan kon ik hem van mij afslaan’

Advertentie

Categorieën