
Raadszaken: inspraakraad over het plassengebied, standplaatsen en reconstructie Hoogeind
Politiek RaadszakenBODEGRAVEN-REEUWIJK - Op 1 januari 2024 werd, na jaren van uitstel, de Omgevingswet ingevoerd. Deze wet vervangt 26 eerdere wetten op gebieden als ruimtelijke ordening, water, natuur en milieu. Door de invoering moeten ook lokale regelgeving worden aangepast en de gemeente Bodegraven-Reeuwijk lag daarvoor in het najaar van 2025 een planwijziging ter visie onder de naam ‘Vaststelling eerste thematische planwijziging omgevingsplan en beleidsregel ruimtelijke kwaliteit’. Tegen de wijzigingen werden een tiental individuele zienswijzen ingediend.
Twee van de indieners namen de moeite om tijdens de inspraakavond van de raad hun grieven toe te lichten in aanloop naar de behandeling van het raadsvoorstel vanavond in de commissie Ruimte. Daarnaast vroegen enkele bewoners van het Hoogeind in Driebruggen aandacht voor hun positie bij het voorgeenomen onderzoek naar de reconstructie van deze zwaar belaste polderweg.
door Bert Verver
Plassengebied
Hoewel de voorgestelde wijzigingen in het omgevingsplan voornamelijk betrekking hebben op het stedelijk gebied, hebben vertegenwoordigers van stichting De 12 Reeuwijkse Plassen hun zorgen geuit over mogelijke gevolgen voor het plassengebied. Tijdens de bijeenkomst vroegen stichtingsvoorzitter Charlotte de Fraiture en secretaris Yvette Engbers nadrukkelijk aandacht voor deze effecten.
De stichting sprak ook haar onvrede uit over het participatieproces. Volgens De Fraiture en Engbers heeft de stichting onvoldoende kunnen meedenken over de totstandkoming van het plan, ondanks eerdere afspraken hierover. Wel gaven zij aan dat er nog een gesprek met de behandelend ambtenaar op de agenda staat.
De vertegenwoordigers van de stichting wezen erop dat in de nieuwe plannen regels voor ligplaatsen en objecten op en langs het water zijn verdwenen. Volgens hen kan dit leiden tot verrommeling en aantasting van het kwetsbare plassengebied. Ook bestaat er volgens hen onduidelijkheid over de bescherming van rietkragen en waterlelievelden.
De insprekers riepen de aanwezige raads- en commissieleden op om bij de verdere behandeling van het plan duidelijkheid te creëren over de volgens hen ontoereikende regelgeving. Daarnaast pleitten zij voor correcties van onduidelijke definities en kaarten en voor het omzetten van relevante regelgeving uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
Uit de vragen van raads- en commissieleden bleek dat ook zij moeite hadden met de interpretatie van delen van de stukken. Er werden zelfs suggesties gedaan om de inspraakprocedure te heropenen of het onderwerp eerst opiniërend in de commissie te bespreken, voorafgegaan door een inhoudelijke toelichting.
Commissievoorzitter Nico de Heij zegde toe het college en de betrokken ambtenaren te vragen een notitie op te stellen over de tijdens de avond besproken punten en gestelde vragen. Deze notitie kan worden meegenomen in de commissievergadering van vanavond. De commissie beslist vervolgens of het voorstel zal worden doorgeleid naar de gemeenteraad.
Standplaatsen
Als tweede inspreker kreeg Hans Veldhuijzen het woord, mede namens Thijs van Delft. Beiden hebben een standplaats binnen de gemeente voor respectievelijk kaas- en bloemenverkoop. Zij hadden eerder een zienswijze ingediend tegen de voorgestelde aanpassingen in de Omgevingswet, maar vonden dat de reactie daarop hun zorgen niet wegnam.
Veldhuijzen gaf aan verrast te zijn dat met de wijzigingen het vergunningstelsel uit de APV zou verdwijnen, terwijl dit tijdens eerder overleg met standplaatshouders niet aan de orde was geweest. Volgens hem waren de standplaatshouders juist tevreden met dit systeem en hadden zij niet om afschaffing gevraagd. Hij sprak daarom zijn zorgen uit over de mogelijke gevolgen op de langere termijn.
Daarnaast wees hij erop dat uit de beantwoording van de zienswijze niet duidelijk blijkt of standplaatsen op de Broekvelden en het Raadhuisplein binnen het omgevingsplan worden toegestaan. Hij lichtte toe dat de nieuwe regeling op termijn mogelijk problemen kan veroorzaken bij vergunningverlening en riep de raad op de invoering uit te stellen, zodat er opnieuw overleg kan plaatsvinden tussen de wethouder en de standplaatshouders.
De commissieleden besloten deze inspraak vanavond op dezelfde wijze te behandelen in de commissie Ruimte als de inspraak over het plassengebied.
Onderzoeksvoorstel reconstructie Hoogeind
In verschillende overleggen is het onderwerp van de reconstructie van het Hoogeind in Driebruggen afgelopen jaar meerdere keren aan de orde gekomen. Het doel van deze reconstructie is om de weg geschikt te maken voor zwaarder vrachtverkeer tot 50 ton, terwijl momenteel slechts 10 ton, en met vergunning 25 ton, is toegestaan. Het college heeft toegezegd te onderzoeken of het technisch en financieel mogelijk is om deze verhoging door te voeren.
Tegen dit plan bestaat echter bezwaar van bewoners van het Hoogeind, bij de inspraak vertegenwoordigd door Marguerite Ruys, Arjan Kasius en Jan Hoogendoorn. Zij maken zich zorgen over de veiligheid en de leefbaarheid van de landelijke polderweg. Er zouden het afgelopen jaar al drie zware ongelukken zijn geweest. Bovendien ontstaan scheuren in gebouwen door het te zware verkeer waar onvoldoende toezicht op gehouden wordt en is er vaak sprake van sluipverkeer en opstoppingen.
De bewoners vrezen dat een reconstructie nog meer verkeer zal aantrekken waardoor de leefbaarheid nadelig zal worden beïnvloed. Hoewel zij begrijpen dat het onderwerp gevoelig ligt in hun buurt vragen zij daarom toch om het huidige vergunningstelsel (voor maximaal 25 ton) te behouden. Op vragen uit de commissie geven de bewoners aan het in hun ogen niet zinvol is om veel geld te steken in een onderzoek dat slechts vier agrarische en twee industriële bedrijven ten goede zou komen.
Na het inspraakgedeelte kregen de aanwezigen een presentatie over de ‘rapportage stresstesten en risicodialogen klimaatadaptatie 2025’. Deze rapportage geeft inzicht in de kwetsbaarheid van de gemeente bij zaken als wateroverlast en overstromingen en extreme hitte en droogte. De raads- en commissieleden namen de rapportage zeer serieus, maar de beschikbare tijd was te kort om er dieper op in te gaan. Besloten werd daarom om op een later moment een speciale studiebijeenkomst over dit onderwerp te organiseren.















