
Commissie Samenleving niet eenstemmig over Lokale Inclusie Agenda
Politiek RaadszakenBODEGRAVEN-REEUWIJK - Tijdens een onverwacht lange vergadering van de commissie Samenleving op dinsdag 13 januari kon na een uitgebreide gedachtewisseling uiteindelijk geen overeenstemming worden bereikt over de Lokale Inclusie Agenda, die tijdens de inspraakavond was aangeboden.
door Bert Verver
Een aantal fracties was zeer enthousiast over het stuk, maar er waren ook bedenkingen over de besluitvormingsprocedure en de onduidelijkheden rond de samenstelling en bevoegdheden van de werkgroep die de vervolgstappen moet gaan zetten. Minder discussie was er over de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs en het rapport van de Groene Hart Rekenkamer over inwonersparticipatie.
Lokale Inclusie Agenda
In de krant van vorige week deden wij al verslag van de presentatie van de Lokale Inclusie Agenda (LIA) tijdens de inspraakavond. De agenda is opgesteld om maatregelen uit te werken die ervoor zorgen dat iedereen volwaardig kan deelnemen aan de samenleving, ongeacht de aard van eventuele beperkingen of geaardheid.
De agenda is tot stand gekomen door middel van inbreng van circa 200 deelnemers. Wethouder Elly de Vries sprak in haar inleidende woorden haar dank uit aan allen die zich daarvoor hadden ingezet. De fracties die als eerste aan bod kwamen in de sprekersronde waren enthousiast over het stuk.
Denim van der Linden (VVD) was tevreden met het feit dat er geld voor de uitvoering was gereserveerd. Leon Prijs (D66) en Dje van Dam (LLBR) waren blij met het document en vooral ook met het feit dat het door en voor inwoners was opgesteld. Namens het CDA was Jorden van der Haas wat voorzichtiger. Hij constateerde dat het om een zeer brede agenda ging die veel inzet zal vergen. Hij vond het budget van 25.000 euro wat mager en vroeg om meer focus op de thema’s die aan de orde moeten komen, te beginnen met ‘laaghangend fruit’.
Kritisch
Robin Borg (fractie Borg) was ronduit kritisch. Hij was van mening dat er in het stuk sprake was van een selectieve weging van wet- en regelgeving en vond dat de raad ten onrechte was gepasseerd bij het geven van de opdracht en de kaderstelling. Hij kon uit de stukken niet opmaken wie er in de werkgroep zaten en hoe de samenstelling daarvan er in de toekomst uit zal zien. Dat vond hij belangrijk, omdat de werkgroep volgens hem veel bevoegdheden krijgt, inclusief het monitoren van scholen op het te voeren inclusiebeleid.
Volgens Borg was er sprake van een verborgen agenda en gingen de bevoegdheden van de werkgroep veel te ver. Hij kon zich daarom niet met het stuk verenigen en vroeg de wethouder het voorstel in te trekken.
Namens de PvdA was Peter Kleijweg veel positiever, al was ook hij benieuwd naar de samenstelling van het nog in te stellen platform. Reinoud Doeschot vond dat de aanpak wel erg uitging van ‘de goede wil’. Hij miste het aspect ‘Ruimtelijke Ordening en Wonen’ en deed enkele suggesties die moeten zorgen voor een goede verankering in het nieuwe collegeprogramma.
Jacob Biemond (SGP) was verrast over de wijze waarop het in de gemeente was aangepakt en dat er nu, zonder een voorgaand traject, in één keer een belangrijk beleidsdocument op tafel lag. Hij constateerde dat er al veel was gebeurd, maar dat een inventarisatie daarvan ontbrak. Ook hij was verbaasd over de rol van de werkgroep, mede in relatie tot de positie van de gemeenteraad. Volgens hem had deze aanpak het democratisch proces geen recht gedaan en hij vroeg het college dit over te doen.
De aftredend fractievoorzitter van de ChristenUnie, Els Oliwkiewicz, zag een ambitieus plan en sprak haar steun uit voor een open samenleving met mensen die bereid zijn elkaar te helpen. Zij vroeg zich wel af of de gemeenschap al toe is aan de gedragsveranderingen die nodig zijn om de LIA tot een succes te maken. Ook constateerde zij een verschil tussen de beschrijving van de doelstellingen in de agenda en het raadsvoorstel. Later kreeg zij van de wethouder de toezegging dat daar nog naar gekeken zou worden. Daarnaast riep zij op om in het nog op te stellen convenant de kaders goed vast te leggen, evenals de rol en samenstelling van de werkgroep. Volgens haar kan het niet anders dan dat het college eindverantwoordelijk wordt voor de uitvoering van het inclusieprogramma.
Hoewel John Kempeneers (BBR) uit de bijdragen een aantal nieuwe invalshoeken had opgepikt, was hij blij met het initiatief en sprak hij de hoop uit dat de LIA stapsgewijs uitgevoerd kan worden.
Geen verborgen agenda
Na een korte schorsing probeerde wethouder Elly de Vries de kou uit de lucht te halen. Zij onderkende dat het om een spannend en breed opgezet onderwerp ging, maar dat er geen sprake was van een verborgen agenda. Zij verdedigde de keuze voor het gevolgde traject en onderstreepte dat de eindverantwoordelijkheid bij het college ligt.
Volgens haar is het logisch dat de raad wordt betrokken bij het tot stand komen van het convenant en de uitvoeringsagenda. Zij stelde duidelijk dat de gemeente zich niet zal bemoeien met de bevoegdheden van de schoolbesturen en zich uitsluitend zal bezighouden met de inrichting van de gebouwen. “Dit was een ophaalsessie met heel veel mensen, verenigingen en maatschappelijke organisaties en ik begrijp dat de uitvoering een meer gestructureerde aanpak nodig zal hebben”, aldus de wethouder, die niet van zins leek het stuk terug te trekken.
In de tweede termijn werden sommige standpunten verder aangescherpt. Even dreigde de discussie te ontsporen toen de inbreng van GroenLinks niet goed viel bij de christelijke partijen, maar die rimpel werd later in de vergadering gladgestreken. Uiteindelijk riep Jacob Biemond op om opnieuw met elkaar in debat te gaan. Hij kreeg daarbij steun van Els Oliwkiewicz, die het jammer zou vinden als zo’n belangrijk stuk niet op een grote meerderheid zou kunnen rekenen.
De wethouder beloofde daarop de agenda mee terug te nemen naar het college om te bekijken of het mogelijk is een nieuwe aanbiedingsnota op te stellen, zodat een breder draagvlak in de raad kan worden bereikt.
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs
De gemeenteraad stelde in 2024 het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2024–2038 vast. Omdat omstandigheden snel veranderen, besprak de commissie Samenleving deze week een actualisatie van het plan, inclusief een financiële doorkijk tot 2030. De actualisatie kon op brede waardering rekenen, al klonken er ook kritische noten.
Reinoud Doeschot (GroenLinks) stelde dat het plan op onderdelen een stap terugzet, met name op het gebied van gezondheid, binnenklimaat en duurzaamheid, en gaf aan te overwegen hierover een amendement in te dienen. Monique Jonker (PvdA) en Jorden van der Haas (CDA) sloten zich daarbij aan, terwijl Robin Borg (fractie Borg) zijn bezwaar herhaalde tegen de mogelijke renovatie van de voormalige Verhoeff-Rollmanschool. Ook Frits van Dijk (LLBR) was op dat punt kritisch en gaf aan meer te zien in de aanleg van een knarrenhof op die locatie.
Gert-Jan Ankoné (VVD) drong aan op snelle nieuwbouw bij de Beatrixschool en de Willebrordusschool, omdat de noodlokalen in de winter onvoldoende comfort bieden.
Wethouder Elly de Vries onderstreepte het belang van goede onderwijshuisvesting voor alle kinderen. Volgens haar wordt hard gewerkt aan de nieuwbouw bij de Beatrixschool en de Willebrordusschool. De noodlokalen blijven voorlopig in gebruik vanwege de sterke groei van de Willebrordusschool. Zij benadrukte dat het binnenklimaat voldoet aan de wettelijke normen en dat het eindrapport van het haalbaarheidsonderzoek naar renovatie van de voormalige Verhoeff-Rollmanschool eind februari wordt verwacht. De commissie besloot het voorstel als bespreekstuk door te sturen naar de raadsvergadering van volgende week.
Groene Hart Rekenkamer
Het rapport van de Groene Hart Rekenkamer over het functioneren van de participatieverordening werd dankbaar aanvaard. Wethouder De Vries gaf aan dat de aanbevelingen zouden worden overgenomen, maar dat het nog hard werken zal worden om alles goed op de rails te krijgen. Veel opmerkingen waren er niet, al werden er van verschillende kanten wel vraagtekens gezet bij de aanbeveling om een aantal raadsleden te benoemen om het participatietraject in ‘spannende situaties’ te monitoren.















